Maarten Kommers is avontuurlijk, flexibel, intuïtief, gezinsman en OMF-directeur

Maarten Kommers staat ruim twee jaar aan het roer bij zendingsorganisatie Overseas Missionary Fellowship (OMF). Een organisatie die zich richt op zendingswerk in Oost-Azië. Een ‘long read’-interview met de 40-jarige Maarten als directeur-bestuurder, maar ook als mensenmens.

Je bent directeur van OMF, hoe ben je daartoe gekomen?
Tijdens mijn studententijd kwam ik al in aanraking met OMF via een stage van mijn landbouwopleiding. Na mijn studie heb ik zes jaar gewerkt in het agrarisch onderzoek en advies. In 2008 zijn we als gezin namens de GZB uitgezonden naar Peru. Daar heb ik acht jaar gewerkt als organisatiedeskundige en toeruster van gemeenten. Toen we ons aan het oriënteren waren voor een remigratie naar Nederland kwam de vraag of ik directeur wilde worden bij OMF.

Hoewel een seculiere baan ook prima was geweest ben ik blij dat we verder konden in het zendingswerk. Ook al is het op een andere manier, bij een andere organisatie, in een ander werelddeel en in een andere functie. In het proces van afweging om deze functie aan te nemen hebben we nuchter gekeken, stapjes gemaakt, veel gebeden en gesprekken gehad. Steeds ging de volgende deur open. Samen met mijn vrouw Arine hebben we de keuze gemaakt om het leiderschap van OMF op ons te nemen. Ik ervaar dat ik een roeping voor de zending heb voor mijn hele leven. Nu roept God ons voor deze rol.

Ik ervaar dat ik een roeping voor de zending heb voor mijn hele leven.

Wat voor leiderschapsstijl heb je?
In Peru was ik een informele leider in een lokaal team. Als nieuwe directeur van OMF kreeg ik veel meer een formele rol. Ik moest mezelf opnieuw leren kennen en onderbouwen wat ik belangrijk vind en waarom. Het was zoeken naar een goede invulling van je rol en tegelijkertijd jezelf blijven. Ik heb een coachende en dienende leiderschapsstijl. De OMF-organisatie moet mensen dienen, niet anders om. Ik wil dat OMF-mensen op hun plek zitten. Een organisatie bestaat uit mensen en niet uit structuren.

Ik vind het wel eens lastig om de lange termijn visie te vertalen naar de praktijk van nu. Dat komt ook door mijn ervaring in Peru, waar je in de praktijk veel meer moet schakelen met een korte termijn focus en veel ad-hoc beslissingen. De Hollandse manier van plannen maken op middel(lange) termijn werkt daar niet. Dat heb ik toen moeten leren loslaten, maar moet ik me nu weer eigen maken. Het is een leerproces en ik probeer regelmatig de helicopterview te pakken zodat ik zie waar de organisatie behoefte aan heeft.

Ik zoek mijn eigen ruimte binnen OMF Internationaal, soms met afwijkende constructies. Ik vind het niet erg om buiten de geijkte paden en procedures te wandelen. Ik denk graag mee over nieuwe vormen van zendingswerk en uitzendingen. Bijvoorbeeld hoe we 55+-ers kunnen begeleiden naar Azië. Hun leven ziet er heel anders uit dan een jong stel / gezin wat de zending in wil gaan. Ik maak me hard voor hun plek in het zendingsveld. Dat kan zijn door een half jaar op en vervolgens een half jaar af in Azië te werken.

Waar lig je wel eens wakker van beroepshalve?
Ik krab mezelf wel eens op het hoofd rondom de complexe wettelijke verplichtingen zoals de ANBI- en AVG-regelingen. In de hectiek van de dag krijgt dit nog steeds onvoldoende aandacht. Daarnaast werken we met beperkte middelen en menskracht, terwijl ik zoveel kansen zie. Dat vraagt om het stellen van prioriteiten en de bijbehorende beslissingen zijn soms lastig. Het heeft ook zijn mooie kanten, het brengt je in een positie van afhankelijkheid en daar wil God je het liefst hebben.

Op 13 april organiseren we de jaarlijkse OMF-dag. Dat evenement geeft een piek qua werkbelasting. Er wordt dan veel van de OMF-medewerkers gevraagd. Toch is het goed om zo’n dag te organiseren en om contact te houden met de achterban en zending in Oost-Azië een gezicht te geven.

Welke accenten leg je als directeur binnen de organisatie?
We weten wie we zijn als OMF International met een geschiedenis van meer dan 150 jaar. Als OMF Nederland zetten we de laatste jaren sterk in op het thema aanbidding. Het helpt om onze identiteit nieuwe woorden te geven en accenten aan te brengen. In Openbaring 7:9 staat dat een grote menigte, die niet te tellen is, uit alle landen en volken, van elke stam en taal voor de troon van het Lam staat. Dat is wat ons drijft, en ons het verlangen geeft om de volken van Oost-Azië te bereiken. Het is ons verlangen om de aanbidding van God te verankeren in de organisatie, zowel bij de dagelijkse werkzaamheden op kantoor in Nederland of ver weg in Oost-Azië.

Qua organisatie ben ik bezig collega’s mede-eigenaar te maken van de OMF-missie en visie. Een klein Management Team hebben we vervangen door een groter overleg platform zodat er meer ‘ownership’ ontstaat. Daarbij nemen we de lopende zaken maandelijks door. De beslissingsbevoegdheid en eindverantwoordelijkheid ligt bij mij, maar ik wil besluiten graag samen nemen.

Welk moment is je bijgebleven en waarom?
Dat zijn eigenlijk twee momenten. In januari hadden we een weekend met kandidaat-zendelingen. We waren samen met zo’n twintig kandidaten en geïnteresseerden. Het thema was: ‘suffering in a broken world’. Op zondagochtend hadden we een moment van gebed en lofprijzing. Tijdens moeilijke momenten, is je belangrijkste wapen ‘God verheerlijken en aanbidden’. Juist dan zal God Zijn kracht laten zien. Die waarheid ervoeren we samen op dat ogenblik en dat bemoedigde mij. Het bracht ons op de plek waar we willen zijn: een plaats van aanbidding.

Tijdens moeilijke momenten, is je belangrijkste wapen ‘God verheerlijken en aanbidden’.

Een ander moment dat me bijbleef was het veldbezoek in Indonesië. Het was voor mij de eerste keer dat ik een plek bezocht waar de Islam zo dominant drukt op de hele samenleving. ’t Was een kort bezoek maar het raakte me om te zien hoe moeilijk is om uit te reiken naar deze groep. We hebben tijdens ons OMF Mission Event op 13 april een spreker uit Indonesië op bezoek om iets van deze realiteit over te brengen naar christenen in Nederland.

Hoe ziet OMF er over vijf jaar uit?
We zijn over vijf jaar een organisatie die verhalen vertelt over wat God doet in Oost-Azië. Ook zijn we een organisatie die christenen in Nederland aanmoedigt om te ontdekken hoe God hen wil gebruiken in Zijn Koninkrijk. Daarnaast hoop ik ook op een meer specifieke verandering. Ik merk dat de wereld snel verandert. Het aantal westerse mensen dat naar Oost-Azië gaat zal minder worden, en het aantal zendelingen uit Azië en Afrika zal toenemen. Ik zoek hoe we hen ook een stem in onze organisatie in Nederland geven. Zodat onze werkzaamheden reflecteren hoe Gods kerk en de zendingsbeweging er wereldwijd uit ziet. Momenteel is onze organisatie erg wit. Ik hoop dat we over vijf jaar een stap hebben gezet met een evenwichtiger wereldbeeld van zending.

Welke tien begrippen passen bij jou?
Denker, flexibel, snelle schakelaar, eigenwijs, gezins-man, intuïtief, avontuurlijk, onderweg zijn, opladen door alleen te zijn, plezier hebben op onbekend terrein.

Hoe geef je je geloof vorm?
Wil ik gevoed worden, dan moet ik langere tijd met God doorbrengen. Ik heb tijd nodig om in de rust te kunnen komen, zaken te doordenken en op te schrijven. Na onze remigratie heb ik anderhalf jaar met vallen en opstaan gezocht naar een juiste balans daarin. Gelukkig is God geduldig. Over een maand heb ik een retraite voor mezelf in geboekt. Daarnaast wandel ik een dagdeel per maand om te reflecteren. Dan neem ik mijn Bijbel mee, die ik lees terwijl ik een lekker bakkie koffie drink tijdens de wandelpauze.

Wie zijn jouw voorbeelden die je inspireren?
Dat zijn veel verschillende mensen. Andy en Carol Kingston-Smith, destijds docent aan Redcliffe College, hebben mijn ogen geopend voor de invloed van post-koloniaal denken en handelen, ook in de zendingswereld. Het westers wereldbeeld en westerse theologie beïnvloedt nog steeds veel van het zendingswerk.

Dichterbij in mijn familie waren er mijn grootouders. Zij leefden zoals het zo mooi gezegd wordt, ‘in de vreze des Heeren’. Dat hebben ze doorleefd en voorgeleefd, en aan hun kinderen en kleinkinderen doorgegeven. Op dat geloof mag ik weer voortbouwen. En ik mag het weer doorgeven aan mijn vijf kinderen.

Ik mijn jeugd las ik de biografie van de Amerikaanse zanger Keith Green. Zijn radicale omkeer en leven heeft mij ook erg geïnspireerd. Vandaag de dag kan ik ook genieten van de spreekbeurten van Jaques Brunt. Deze motiveren en inspireren me. Zijn radicale preken zijn gefundeerd in de Bijbel en hij verwoordt het op een toegankelijke manier.

Waar krijg je energie van?
Reizen naar nieuwe gebieden. Hoe werkt het daar in het onbekende? Dat je bij een supermarkt in een vreemd land met handen en gebaren duidelijk maakt wat je wil en er samen uit komt of juist niet. Of dat je in Nederland een bekende tegenkomt, een small talk hebt, maar al snel de diepte in gaat. “Hoe gaat het nu écht met je?” Ik wil tijd maken voor mensen. Er is altijd wel een moment dat je iemand kan bemoediging of liefdevolle woorden kan delen. Ik heb dat vanuit mijn opvoeding meegenomen. Mijn vader is predikant. We zeiden vroeger wel eens: “Papa preekt op zondag en mama door de week”. Maar er waren altijd woorden van hoop. Dat heb ik overgenomen.

We zeiden vroeger wel eens: “Papa preekt op zondag en mama door de week”

Wat zit in jouw ‘allergie zone’?
Ik ben allergisch voor conflicten. Zo’n situatie moet ik scheiden van mijn persoonlijke gevoelens. Als er een conflict is, moet ik het snel uitspreken en ‘afhandelen’. Dan wil ik best een stapje opzij doen en mijn eigen visie, mening aan de kant te zetten, zodat de vrede hersteld wordt. Vooral in de rol waarin ik nu zit is dat een uitdaging. Want je moet regelmatig lastige keuzes maken en daar hoort conflict bij.     

Wat vind je een positieve en negatieve eigenschap van jezelf?
Positief vind ik dat ik een groot verantwoordelijkheidsgevoel heb en passie voor mensen. Ik ga best ver in de zorg voor (aanstaande) zendingswerkers. Een negatieve eigenschap is dat ik bij ‘oppervlakkige praat’ snel afwezig ben, omdat ik dingen niet interessant genoeg vind. Dan moet ik me echt ertoe zetten om het gesprek te blijven volgen.

Wat weet bijna niemand van je?
Ik heb vroeger gestotterd en dat heeft nog steeds een beetje effect op me, hoewel het gelukkig niet meer dwingend aanwezig is. In kleinere groepen is het geen probleem, maar als ik voor grotere groepen sta, dan voedt het mijn spreek-onzekerheid. Ik ben meer een pastor voor de kleine settings dan een prediker voor volle zalen.

OMF organiseert op 13 april het OMF Mission Event met als thema als deuren opengaan. Lees meer en bestel je kaarten.